De twee naturen van de mens



In logion 61 van het Thomas evangelie stelt Salome aan Jezus de vraag:
Mens, wie ben jij?
Ze spreekt hem dus nadrukkelijk aan als ‘mens’ niet als Heer. Dat is al opvallend. Maar wat voor mens is hij dan?
Salome geeft zelf al een voorlopig antwoord:
Het lijkt alsof je namens iemand komt.
Het is voor haar net alsof hij een soort ambassadeur is en zichzelf wegcijfert om namens een superieur te spreken, namens god bijvoorbeeld, zoals de Joodse profeten. Misschien is Jezus ook wel zo’n profeet.
Maar Jezus maakt meteen duidelijk dat het zo niet is. Hij zegt:
Ik kom namens een gelijke.
Een gelijke! Dat is nogal wat voor Joodse oren van die tijd.
Profeten zijn niet Gods gelijke. Ze zijn slechts spreekbuis van het goddelijke.
Jezus is geen spreekbuis. Hij is wezensgelijk aan het goddelijke, zegt hij hier.

Worden als Jezus

Nu zal dat voor traditionele christenen niet vreemd klinken. Natuurlijk, Jezus is zelf god. Zo staat het ook in de geloofsbelijdenis van Nicea:
"Ware god uit ware god, een in wezen met de Vader."
Dus tot zover is er wat Thomas betreft nog niets nieuws te melden.
Het werkelijk andere staat pas in logion 108, als een eindpunt van de spirituele ontwikkelingsweg die Thomas aanbiedt. Jezus zegt daar:

Wie uit mijn mond drinkt zal worden zoals ik, en ik zoals hij.
Kan het nog duidelijker?
Het zou al duidelijk genoeg zijn geweest als hij had gezegd ‘Wie uit mijn mond drinkt zal worden als ik’. Maar hij voegt daar nog eens ten overvloede aan toe: ‘En ik zoals hij’.
Je kunt dus als mens gelijk worden aan Jezus. En dat is ook zijn bedoeling, zelfs de kern van zijn boodschap in het Thomas evangelie.
Dat is een heel andere Jezus dan die waaraan we misschien gewend zijn geraakt. Of beter gezegd: als het beeld van hem waaraan we gewend waren geraakt in het christelijke westen. Deze Jezus is niet verheven boven de mensen. Hij wil dat mensen aan hem gelijk worden!
Die wezenlijk andere betekenis van Jezus moeten we steeds voor ogen houden als we Thomas lezen: alles wat Jezus over zichzelf zegt, geldt altijd ook voor elk van ons. Er is tussen Jezus en ons in wezen geen verschil.
En dat blijkt ook uit het antwoord van Jezus op een opmerking van Thomas in logion 13:
Meester, mijn mond staat mij niet toe te zeggen op wie je lijkt.
Jezus zei: Ik ben jouw meester niet.
Je kunt veel van de Jezus van het Thomasevangelie leren. Hij heeft iets te vertellen, zeker weten. Maar hij is niet wezenlijk anders dan u en ik. Hij heeft als mens onder de mensen iets ontdekt, en hij wil ons laten weten dat wij diezelfde schat, die hij als mens gevonden heeft in zichzelf, ook allemaal met ons meedragen, niemand uitgezonderd.
Maar wat is dan het bijzondere van het worden als Jezus? Wat betekent het om te zijn als Jezus?

Twee naturen

In het kerkelijk christendom wordt gewoonlijk beleden dat Jezus twee naturen had. Hij was mens en god. Die twee naturen van Jezus waren een heftig twistpunt bij het Concilie van Nicea in 325. Bij dat concilie werden de dogma’s van het kerkelijk christendom vastgelegd als voortaan onbetwistbare waarheden, vervat in het credo, de christelijke geloofsbelijdenis.
Er waren toen ook christenen die meenden dat Jezus alleen goddelijk, of alleen menselijk was, dus maar een natuur had. Dat waren de zogenaamde monofysieten. Maar in Nicea werd definitief besloten dat hij twee naturen had. Zo was het, voorgoed. Discussie gesloten.
Thomas zou het met die twee naturen van Jezus helemaal eens geweest zijn.
Maar toch is er een groot en wezenlijk verschil met Thomas en het credo van Nicea. Want voor Thomas geldt dat niet alleen Jezus, maar ook elk mens die twee naturen heeft. Ook daarin zijn we als mens gelijk aan Jezus. En hij aan ons.
Maar dat is niet alles. Het is niet genoeg dat te weten, in de vorm van een geloof bijvoorbeeld. Het gaat er om die twee naturen, mens en god, in de ervaring een te maken, met elkaar te verbinden.
Dat is wat bedoeld wordt in Thomas met ‘de twee een maken’. Het Thomasevangelie roept op tot die eenwording en biedt een weg daartoe.
Maar wat betekent het dat de mens die twee naturen heeft? Hoe kunnen we dat verstaan? En hoe kunnen we die één maken?

Christusnatuur

Als mens zijn we ons bewust van ons tijdelijk bestaan tussen geboorte en dood. Dat is het bewustzijn van onze persoonlijke natuur. De persoonlijke natuur is de mens met een geschiedenis en een persoonlijke identiteit. Daar hoort onze burgerlijke naam bij.
De tweede natuur van de mens heet in de gnostiek ‘de Christus’ of de ‘Christusnatuur’. Als bijvoorbeeld in de brief aan de Kolossenzen in het Nieuwe Testament gezegd wordt: ‘Het geheim is dit: Christus woont in u’, dan is dat voor een gnosticus duidelijk verstaanbaar. Ja, dat is het geheim waar het in de gnostiek over gaat. ‘De Christus’ woont in elk mens. Of anders gezegd: elk mens is een Christus.
Er is hier een grote verwantschap met het boeddhistische begrip ‘Boeddhanatuur’. Elk mens, alle wezens en alle dingen hebben Boeddhanatuur, leert het boeddhisme. Het spirituele pad van het boeddhisme heeft als doel het bewustzijn van de individuele mens te verenigen met zijn eigen tijdloze Boeddhanatuur, die tegelijk ook de Boeddhanatuur is van de ganse werkelijkheid.
Ook in het hindoeisme spreekt men over de twee naturen van de mens: Atman en Brahman noemt men die. Atman is het persoonlijk zelf, Brahman het kosmisch zelf. Ook daar gaat het om het verenigen van Atman en Brahman, van het persoonlijk bewustzijn met het kosmisch bewustzijn. In de Bhagavad Gita zegt Krishna (de goddelijke personificatie van Brahman) tegen Arjuna:

Ik ben het Zelf tronend in het hart van de mensen.
In de gnostiek wordt hetzelfde gezegd over de Christus. Elk mens heeft Christusnatuur, elk mens is een Christus. Die overtuiging ligt ten grondslag aan het Thomasevangelie.

Maar wat is dat nou, die Christusnatuur van de mens?
Je dient allereerst te beseffen dat het woord Christusnatuur maar een woord is. Het is een naam. Maar is er ook iets in de werkelijkheid waar die naam naar verwijst?
Het woord Christusnatuur verwijst in de gnostiek naar een universeel menselijke ervaringsmogelijkheid. In de gnostiek heeft dat de naam Christusnatuur gekregen. In andere spirituele tradities heeft het een andere naam. Maar het is steeds dezelfde menselijke mogelijkheid. Die is niet het monopolie van enige spirituele traditie. Het is iets van de mens, van alle mensen. Die spirituele tradities zijn niet meer dan een vinger naar de maan, maar ze zijn niet de maan. Dat geldt dus ook voor het woord Christusnatuur in de gnostiek. Maar waar wijst het dan naar?
De ervaring van de persoonlijke natuur van de mens en van de Christusnatuur dient men te verstaan als twee verschillende toestanden van het ene menselijke bewustzijn.
De persoonlijke natuur ervaren we als we ons bewustzijn verbinden met ons alledaagse, tijdelijke bestaan tussen geboorte en dood, als deze ene mens die jij bent, in de situatie waarin jij je bevindt. Daar zeg je ‘ik’ tegen.
De Christusnatuur is een naam voor een andere toestand van hetzelfde bewustzijn waarin we onszelf ervaren als deel van het geheel, als deel van ‘het Al’ zegt de gnostiek dan. Je zou het dus, in plaats van Christusnatuur, ook eenheidsbewustzijn kunnen noemen.
De naam doet er dus niet zo toe. Wezenlijk is dat het woord Christusnatuur verwijst naar een ervaringsmogelijkheid van elk mens, niemand uitgezonderd.
De meeste mensen identificeren zich gewoonlijk alleen met hun tijdelijk bestaan, met hun persoonlijke natuur. Dat is de alledaagse, als normaal ervaren toestand van ons bewustzijn.
Het menselijk bewustzijn kan echter geopend worden voor een grotere dimensie. Maar waarom zou je? Wat is het belang daarvan, of, in gnostische termen: wat is de rijkdom van die verborgen schat?
Die andere dimensie van het bewustzijn kan zich soms manifesteren in een mensenleven in al zijn zuiverheid als een mystieke ervaring die dwars door de alledaagse ervaring heen breekt, als een lichtstraal die plots van achter de wolken tevoorschijn komt en het hele bestaan verlicht. Die ervaring gebeurt. En die gebeurtenis heeft heel eigen kenmerken.
Het is bovenal een besef van verbondenheid met al-wat-is, als een ondergedompeld-zijn in liefde.
Die ervaring van verbondenheid is een bevrijding van de liefde van elk ‘gij zult’. In die bewustzijnstoestand is er een besef van totale vrijheid, maar dan wel een vrijheid die onlosmakelijk gekoppeld is aan liefde.
Het is ook een zijnservaring. Het geeft je een besef van een onwankelbare grond onder je bestaan. Je kunt niet meer uit de boot vallen, wat er ook gebeurt.
Een ander kenmerk van de mystieke ervaring is de tijdloosheid. Het lijkt wel alsof er in de mystieke ervaring geen tijd bestaat, alsof alle tijdelijkheid verdwenen is.
En dat alles is gevat in een onmiskenbaar besef van ‘dit is het’, dit is waar het om gaat.

De twee een maken

Maar na de grootsheid van de mystieke ervaring is er ook altijd de terugval in het gewone aardse bestaan. En het contrast daarvan met de onbelemmerde goedheid van de mystieke ervaring kan als schrijnend worden ervaren.
Nu zijn er spirituele tradities die daarom helemaal mikken op dat transpersoonlijke eenheidsbewustzijn, alsof het alleen daarom zou gaan, en alsof we alles wat met ons tijdelijk bestaan te maken zou hebben moeten loslaten, of zelfs verachten, alsof we daarvan verlost zouden moeten worden. Dat heet dan onthechting en egoloosheid of zelfloosheid. Maar dat zijn niet de opties van het Thomas evangelie.
Het is dus niet de opzet van het Thomas evangelie om ernaar te streven permanent in de toestand van onbelemmerde gelukzaligheid te verblijven die bij de mystieke ervaring hoort.
Het unieke van Thomas, in vergelijking met andere spirituele tradities, is dat het oproept tot de vereniging van die twee verschillende bewustzijnstoestanden, om die twee een te maken. Maar hoe doe je dat?
Uitgangspunt van Thomas is dat de kwaliteiten van de mystieke ervaring permanent aanwezig zijn in de mens als een innerlijk weten. Het gaat erom de stem daarvan te leren verstaan. Het doel van het spirituele pad van Thomas is dus niet het onthechten van alles wat met het lichamelijk en het tijdelijk bestaan te maken zou hebben, en ook niet egoloosheid of zelfloosheid, maar de vereniging van ieders unieke eigenheid, de persoonlijke natuur, met het tijdloze en allesomvattende eenheidsbewustzijn, hoe je dat ook noemen wilt.

____________________

Deze tekst is een hoofdstuk uit:
Bram Moerland
Het evangelie van Thomas
Het weten van een ongelovige
Uitgever: Ankh-Hermes, 2014
ISBN 9789020210774
Prijs 19,99
Thomas bij bol.com