Bram Moerland

Gnosis en gnostiek, wat is dat?


Kernthema gnostiek
Gnostische Geschriften
Verwantschap gnostiek met katharen en hermetisme
Gnosis
Dwaling
Herstel
Gnosis en vrouwen
Gnostiek en reïncarnatie
Gnostische scheppingsmythe
Oorspronkelijk gelaat
Gnostiek en Christusbewustzijn

Home

Kernthema gnostiek: 'Sta op en herinner jezelf'

De gnostiek is een vroegchristelijke stroming uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. Kernthema van de gnostiek is dat de mens vergeten is wie hij in werkelijkheid is. Jezus speelt in de gnostische teksten een geheel andere rol dan in het traditonele, kerkelijke christendom. Hij is geen wonderdoende god, maar een boodschapper die de mens komt oproepen 'zichzelf te herinneren'.
De gnostiek hecht geen waarde aan enig geloof. Tegenover het geloof stelt de gnostiek de gnosis. Gnosis is het Griekse woord voor kennis, en betekent hier kennis van de ware aard van de mens, die tegelijkertijd ook kennis is van de aard van de werkelijkheid. Gnosis als zelfkennis is ook kennis van 'het Al'.
De gnostiek als christelijke stroming dient te worden onderscheiden van het traditionele, kerkelijke christendom zoals dat bij het concilie van Nicea in 325 werd geïnstitutionaliseerd. Volgens de verzoeningsleer die bij dat concilie werd uitgeroepen tot de enige zaligmakende waarheid van het christendom, zou Jezus de eniggeboren zoon van God zijn, zelf ook God, die met zijn lijden boet voor de zonden van de mensheid. Niets daarvan treft men aan in de gnostische teksten. Vanaf het concilie van Nicea werd de gnostiek door de kerk van Rome met steun van de Romeinse keizers fel bestreden.
(top)

Gnostische geschriften

De gnostiek is opnieuw onder de aandacht gekomen door de vondst, in 1945, van gnostische geschriften, de zogenaamde Nag Hammadi-geschriften uit de eerste eeuwen van de westerse jaartelling. Vóór de vondst van deze geschriften was de algemene opvatting van de kerkhistorici dat de gnostiek diende te worden beschouwd als een ketterij, dus als een afwijking van de hoofdstroom van het christendom. De gnostici werden daarom door de kerk fel bestreden. Maar steeds meer hedendaagse historici neigen er naar de gnostiek een vooraanstaande positie te verlenen in de wordingsgeschiedenis van het vroege christendom.
Een van de meest tot de verbeelding sprekende teksten uit de gnostieke Nag Hammadi-geschriften is het Evangelie van Thomas. Dat is een verzameling uitspraken van Jezus, die door de meeste huidige historici van het christendom worden geacht ouder te zijn dan de evangeliën uit het Nieuwe Testament, en vergelijkbaar met de veronderstelde verzameling uitspraken Q (van 'Quelle'), die aan de nieuwtestamentische evangeliën ten grondslag zouden hebben gelegen.
(top)

Verwantschap gnostiek met katharen en hermetisme

Als een opzienbarende ontdekking als resultaat van de teruggevonden Nag Hammadi-geschriften geldt de verwantschap van de gnostiek met de katharen uit de twaalfde en dertiende eeuw. Ook die werden steeds voorgesteld als een ketterij binnen het christendom, en als een incidentele, geïsoleerde gebeurtenis in Zuid-Frankrijk. Nu is duidelijk geworden dat er een onderbroken continuïteit moet zijn geweest tussen de katharen en de gnostici uit de eerste eeuwen.
De katharen werden door de kerk van Rome in de 13de eeuw bloedig vervolgd. Ook de strijd van Rome tegen de katharen bleek nu geen uitzondering, maar een voortzetting van de vervolging van de gnostici van na het concilie van Nicea.

In 1321 werd de laatste kathaar verbrand. Daarmee was de gnostiek als spirituele traditie uit de geschiedenis verwijderd. Maar in onze tijd is de gnostiek opnieuw populair. De angst voor de gnostiek onder christenen leeft ook echter nog steeds. De vele christelijke websites die waarschuwen tegen de gnostiek als een gevaarlijke dwaalleer zijn daar een onmiskenbaar teken van. Maar anderzijds zien ook veel hedendaagse christenen de teruggevonden gnostische teksten als een welkome bron van inspiratie, en als een kans op vernieuwing van het kerkelijk christendom.

Uit de vondst bij Nag Hammadi blijkt ook een grote verwantschap van de christelijke gnostiek met de zogenaamde hermetische gnosis. Daarin is niet Jezus de hoofdpersoon, maar Hermes Tresmegistos. Dat maakt duidelijk dat de gnosis als gedachtegoed in de oudheid niet alleen maar christelijk was, maar ook voorkwam ‘onder de heidenen’. De christelijke gnosis is eerder een vertaling in joodse beelden en woorden van een wijdverbreide spirituele traditie uit de klassieke oudheid, die in verschillende mysteriescholen vorm kreeg. Men spreekt in dat verband wel van ‘de heidense gnosis.’ Omdat deze mysteriescholen geheimhouding eisten van hun deelnemers, is onze kenis daarvan zeer beperkt. Het bijzondere van de christelijke gnostiek is dat het gedachtegoed van deze mysteriescholen in de gnostische teksten openbaar is gemaakt, toegankelijk voor iedereen, maar dan wel op een wijze die passend is voor de gnosis, namelijk in allegorische vorm, dat wil zeggen: in beelden en gelijkenissen. Ook het levensverhaal van Jezus in de Nieuw-testamentische evangeliën kan men lezen als een gelijkenis. Het kerkelijk christendom berust op het grote misverstand dat men deze mythe als een historische waarheid is gaan beschouwen. Zelfs kerkvaders uit de begintijd van het christendom zagen die vergissing plaatsvinden en waarschuwden ervoor. Zo schreef de christelijke kerkvader Origenes (geciteerd uit Peter Gandy en Timothy Freke, De mysterieuze Jezus):

Zeggen dat de Christus waarlijk gekruisigd is, is onderricht voor kleuters.
Als we in deze tijd de gnostiek bestuderen, zoals die ons is overgeleverd in de teksten die werden gevonden bij Nag Hammadi, kunnen we die proberen te verstaan binnen het grotere kader van de klassieke oudheid, dus als verwant met de heidense gnosis. En niets belet ons die oude spiritualiteit te vertalen in hedendaagse beelden, precies zoals de christelijke gnostiek een vertaling was in joodse beelden. Zie het 7stappenplan voor spirituele groei, een moderne vertaling van de oude gnostiek.
(top)

Gnosis

De gnostici stelden de innerlijke gnosis boven elk uiterlijk gezag. Het woord gnosis is verwant aan het Nederlandse woord geweten. De gnostici verkondigden dat Jezus hun had geleerd dat liefde de kernkwaliteit is van de gnosis. De gnosis is het innerlijk weten van de liefde. De gnosis als het weten van de liefde is een goddelijk weten, want het is verbonden met de goddelijke bron van het bestaan waaruit alle mensen voortkomen.
In elk mens schuilt een goddelijke vonk, leerden de gnostici. Maar de meeste mensen zijn daar onwetend van. Als spirituele traditie biedt de gnostiek een weg om de mens in staat te stellen zich weer met die innerlijke vonk te verbinden. Wie die verbinding heeft hersteld, beschikt tengevolge daarvan over gnosis.
Om de gnosis in zichzelf te kunnen vinden moet een mens zich innerlijk vrijmaken, zich bevrijden van alle morele slavernij. Alleen wie zich vrij heeft gemaakt van alle uiterlijke morele dwang kan de gnosis in zichzelf ontdekken, kan de goddelijke bron van zichzelf, in zichzelf vinden, kan de goddelijke liefde in zichzelf realiseren. De nadruk van de gnostiek op de bevrijding uit morele slavernij was aanleiding voor de kerkvaders om de gnostiek amoreel of immoreel te noemen.
Door de gnosis is de individuele mens voor zichzelf de hoogste morele autoriteit. De gnosticus is zijn eigen wetgever, maar ook zijn eigen hoogste rechter. Morele gedragsregels voor de samenleving worden door vrije mensen onderling afgesproken, niet door een externe autoriteit opgelegd, vonden de gnostici. Nooit kunnen die maatschappelijke conventies boven de innerlijke autoriteit van de individuele mens geplaatst worden. Er is in de gnostiek dan ook geen centraal kerkelijk leergezag, zoals de kerk van Rome dat is voor de rooms-katholieken. De afwijzing van een centraal leergezag leverde de gnostiek het verwijt op dat het zou leiden tot sociale chaos en anarchie.
Het standaardverwijt tegen de gnostiek is dat het egoïstisch en narcistisch zou zijn. Maar misschien wel de belangrijkste boodschap van de gnostiek is dat alleen een vrij mens in staat is tot waarachtige liefde. En die boodschap is nog steeds actueel. Lees het citaat uit het boek Return to Love van Marianne Williamson (ten onrechte toegeschreven aan Nelson Mandela, maar wel daardoor wijdverbreid geraakt.)
(top)

Gnosis en Dwaling

Mensen kunnen vergeten wie ze zelf in werkelijkheid zijn. De onverloste mens is 'zichzelf kwijt'. Het gevolg daarvan is dat zo iemand het contact met zijn innerlijk weten, de gnosis, verliest. Wie zichzelf kwijt is, leeft als een slaaf van onpersoonlijke machten. Deze staat van vervreemding van het ware zelf wordt in de gnostische teksten met velerlei verschillende termen beschreven, zoals slavernij, vergetelheid, slaap, dronkenschap, blindheid, de dood. De meest algemene term die daarvoor vaak wordt gebruikt is 'de dwaling', in de betekenis van 'verdwaald zijn'. Daarbij past het volgende verhaal, het Lied van de Parel.
Het verhaal vertelt over een koningszoon die door zijn ouders naar een ver land gestuurd wordt. De koningszoon krijgt de opdracht in het verre land een parel te zoeken. Als hij in dat land aangekomen is, vergeet hij echter zijn opdracht. Hij neemt de zeden van het vreemde land aan en wordt zo een 'zoon van het land'. Daardoor vergeet hij ook wie hij van oorsprong is, waar hij vandaan kwam en wat zijn opdracht was. Maar dan komt er een boodschapper van zijn ouders. Die herinnert hem aan zijn afkomst. Nu weet hij weer wie hij is en hij herinnert zich ook zijn opdracht. Hij slaagt erin de parel te vinden en hij keert terug naar zijn geboorteland en wordt daar koning. Het Lied van de Parel verbeeldt de staat van de mens die verdwaald is geraakt in een vreemde werkelijkheid, zichzelf vergeten is en vervolgens door een boodschapper namens zijn ouders weer aan zijn ware aard herinnerd wordt en zo leert zichzelf en zijn bestemming te hervinden. In de gnostische teksten is Jezus die boodschapper.
(top)

Gnosis en Herstel

De verlossing uit de dwaling kan de mens dus verkrijgen door zich zijn oorspronkelijke aard te herinneren, door zich te verbinden met zijn ware zelf. Dat proces wordt beschreven als bevrijding, wakker worden, weer nuchter worden, de genezing van blindheid, de opstanding uit de dood. De algemene term daarvoor is 'het herstel.'
Het woord herstel dient te worden verstaan in de zin van genezing. In het Nieuwe Testament wordt verteld hoe Jezus wonderen verrichtte. Hij genas zieken en wekte zelfs doden weer tot leven. Voor de gnostici waren dat geen feitelijke gebeurtenissen; het zijn geen wonderen. Het zijn symbolische beschrijvingen van het herstel door Jezus als de verlosser uit de dwaling. De gnostische Jezus geneest mensen van de dwaling, hun zelfvergetelheid. Hij leert ze zichzelf herinneren. Een gnostische tekst uit de vondst bij Nag Hammadi formuleert het zo: 'Sta op en herinner jezelf.' Hier zien we heel kort samengevat de kern van de gnostiek: de opstanding is geen verrijzenis uit de lichamelijke dood, maar een spiritueel proces, gericht op het weer tot leven wekken van het ware zelf.
Wie zichzelf hervindt zal niet alleen weten wie hij is, maar ook zijn bestemming kennen. Ook dat weten behoort tot de gnosis. Daarover handelt een tekst uit het Evangelie van de Waarheid, ook een van de teksten die gevonden werden bij Nag Hammadi, geschreven door de gnosticus Valentinus:
Wie zo gnosis heeft, weet waar hij vandaan gekomen is en waar hij heen zal gaan. Hij weet, zoals iemand die dronken was, en weer nuchter is geworden en, tot zichzelf gekomen, zijn zaken weer op orde heeft gesteld.

(top)

Gnostiek en vrouwen

De gnostiek kent geen principieel onderscheid tussen mannen en vrouwen. Bij de gnostieke vieringen konden ook vrouwen sacramentele functies verrichten. Dat treffen we ook aan bij de latere, gnostische katharen. Dat was in de kerk van Rome wel anders. De kerkvader Tertullianus, fel bestrijder van de gnostici, schreef over vrouwen:

Jullie zijn de poorten van de duivel. De toorn van God rust op jullie geslacht tot in deze tijd, zoals ook jullie schuld noodzakelijkerwijs voortleeft.
Waar slaat dat op? In het eerste boek van het Oude Testament wordt verteld hoe Eva door de slang werd verleid om te eten van de boom van kennis van goed en kwaad, hoewel God dat streng verboden had. Eva verleidde daarna haar man Adam om ook van de boom van kennis van goed en kwaad te eten. Sedertdien verkeren alle mensen in een staat van erfzonde, leerde de kerk en dat is de schuld van Eva. Alle vrouwen na Eva delen in haar schuld.
In de Bijbel staat een soortgelijke lering in een brief die ten onrechte is toegeschreven aan Paulus (1 Timoteüs 2:11-14, NBV):
Een vrouw dient zich gehoorzaam en bescheiden te laten onderwijzen; ik sta haar dus niet toe dat ze zelf onderwijst of gezag over mannen heeft; ze moet bescheiden zijn. Want Adam werd als eerste geschapen, pas daarna Eva. En niet Adam werd misleid, maar de vrouw; zij overtrad Gods gebod.
In de gnostiek wordt de zondeval echter niet als leerstelling erkend en wordt het eten van de verboden vrucht in het paradijs veelal gezien als een symbolische vertelling over het verwerven van gnosis: de mens neemt kennis van goed en kwaad, daartoe uitgenodigd door Eva, een vrouw. Dat gaat samen met een geheel andere perceptie van de rol van de vrouw in de gnostiek.
Over de aard van de bijeenkomsten van de gnostici en speciaal de rol van de vrouwen daarin kunnen we ook terecht bij Tertullianus. Hij schreef over de bijeenkomsten van de door hem verfoeide gnostici:
Om te beginnen staat het niet vast wie er toehoorder is en wie een gelovige: iedereen heeft toegang op voet van gelijkheid. Ze ontmoeten elkaar in hun eigen huizen, ze luisteren naar elkaar als gelijken en bidden samen als gelijken. Zelfs als heidenen daaraan deelnemen voeren ze wat heilig is aan deze honden, en hun parels, hoewel vals, schenken ze aan deze zwijnen. Ze willen geen discipline, en het belang dat wij daaraan hechten noemen ze onderdrukking van de zwakken. Met iedereen die langs komt delen ze de vredeskus, want zij geven er niet om dat zij over bepaalde onderwerpen verschillend denken. Maar natuurlijk is er wel degelijk verdeeldheid onder hen, want zij houden er allerlei verschillende opvattingen op na, behalve de waarheid waar ze oorlog tegen voeren. Ze noemen iemand al volmaakt zonder dat die enige vorming heeft ontvangen. De ketterse vrouwen zijn zelfs brutaal genoeg - met onbedekt hoofd! - om anderen te onderwijzen, om deel te nemen aan discussies, misschien wel om te dopen. Nergens is het zo gemakkelijk aanzien te verwerven als bij een bijeenkomst van deze ketters, want alleen al het feit dat je aanwezig bent wordt als een grote verdienste beschouwd. Vandaag is daar de één een bisschop en morgen weer een ander. De diaken van vandaag is morgen weer leek. Ja, zelfs leken laten zij het priesterambt uitoefenen! Hoe lichtzinnig, hoe werelds, hoe louter menselijk is het, zonder ernst, zonder gezag, zonder discipline, net als hun geloof. (Tertullianus, Recepten tegen ketterij, 41)
De Catholic Encyclopedia op het internet roemt Tertullianus als volgt:
De grootste opponent van de gnostiek uit de vroege christelijke kerk, is Tertullianus, die praktisch zijn hele leven wijdde aan de bestrijding van deze afschuwelijkste aller ketterijen.

Reïncarnatie

De gnostici geloofden in reïncarnatie. Zij meenden dat alle menselijke zielen in slavernij waren geraakt aan 'de Machten' (ook wel Archonten genoemd). Daardoor was het aardse leven ten prooi gevallen aan angst en geweld. Maar ze meenden ook dat het leven op aarde weer hersteld kon worden in zijn oorspronkeljke glorie, door een proces van evolutie van alle menselijke zielen door verschillende levens heen. Iedereen zou ooit verlost worden van de slavernij aan de Machten.
Bij de gnostici staat reïncarnatie in het teken van de persoonlijke herkansing. Het is vooral een hoopvol perspectief op een 'nieuwe hemel en een nieuwe aarde' in een volgend leven. Over reïncarnatie in de gnostiek zie ook Evangelie van Maria Magdalena.
(top)

Gnostische scheppingsmythe

In de oudtestamentische traditie schiep God op één enkel tijdstip, namelijk 'in den beginne', de gehele kosmos. Die kosmos bestaat sedertdien geheel op zichzelf. Maar de gnostiek heeft een geheel andere scheppingsmythe. In de gnostiek wordt de wereld op elk moment nieuw geschapen. Zoals het licht steeds weer opnieuw uit de zon straalt, zo vloeit in een nooit eindigend scheppingsproces de werkelijkheid voort uit de oerbron van het zijn. Men noemt dat permanente wordingsproces van de werkelijkheid: een emanatie.
De werkelijkheid zoals we die om ons heen ervaren is een emanatie van de bron van alle zijn.
Met die opvatting is verbonden de Aramese versie van het Onze Vader, die begint met:

Bron van zijn, die ik ontmoet in wat mij ontroert.
Ik geef u een naam zodat ik u een plaats kan geven in mijn leven.

(top)

Oorspronkelijk gelaat

In de traditionele christelijke godsvoorstelling is er een onoverbrugbare afstand tussen de mens en God. Mens en God zijn wezensongelijk. Maar in de gnostiek is dat anders. Wij zijn als mens rechtstreeks met de bron verbonden. Zoals een lichtstraal verwant is aan de zon, zo is ook de mens verwant aan de Bron. Wij hebben 'de gelaatstrekken van de Vader'. Wij zijn 'de erfgenamen van de Vader'. Dat zijn uitdrukkingen in gnostieke teksten om weer te geven dat wij als mens verwant zijn met de Bron zoals een kind met zijn ouders. De beeltenis van God, die elk mens in zich draagt, zoals een kind op zijn ouders lijkt, is het 'oorspronkelijk gelaat' van de mens. Maar, je kunt als mens de innerlijk ervaring van die verwantschap kwijtraken. Dan heb je daar geen weet meer van. Je bent dan een 'onwetende' geworden. Doel van de gnostiek als spiritueel pad is om die verwantschap weer ervaarbaar te maken. Dan ben je een ‘wetende’ en beschik je dus over ‘gnosis’.
(top)

Christusbewustzijn

Wij hebben als mens twee naturen.
De ene natuur is de persoonlijke natuur, waarbij men zichzelf ervaart als in de tijd geplaatst, met een geboorte en een dood. Dat is de mens met een geschiedenis en een persoonlijke identiteit. Bij deze persoonlijke natuur hoort het 'persoonlijk bewustzijn'.
De tweede natuur van de mens is zijn tijdloze kern. Deze tijdloze kern van de mens heet in de gnostiek 'de Christus.' Daar hoort een ander soort bewustzijn bij, het 'christusbewustzijn'. Als bijvoorbeeld in de brief aan de Kolossenzen in het Nieuwe Testament gezegd wordt: 'Het geheim is dit: Christus woont in u,' dan is dat voor een gnosticus duidelijk verstaanbaar. Ja, dat is het geheim waar het in de gnostiek over gaat. Ook wordt over Paulus verteld dat hij de Christus in een visioen ontmoette. Precies, de Christus is geen historische persoon die men 'in het vlees,' als een ander mens, kan tegenkomen. De Christus is geïncarneerd, vleesgeworden, in elk van ons, niemand uitgezonderd. Elk mens heeft dus, behalve zijn persoonlijke natuur, ook Christus-natuur.
Er is hier een grote verwantschap met het boeddhistische begrip 'boeddha-natuur'. Elk mens, alle wezens en alle dingen hebben boeddha-natuur, leert het boeddhisme. Het spirituele pad van het boeddhisme heeft als doel het bewustzijn van de individuele mens te verenigen met de eigen boeddha-natuur, die tegelijk ook de boeddha-natuur is van de ganse werkelijkheid.
In het hindoeïsme spreekt men over de gelijkheid van Atman en Brahman. Atman is het persoonlijk zelf, Brahman het kosmisch zelf. Ook daar gaat het om de vereniging van Atman, het persoonlijk zelf, met Brahman, het kosmisch zelf. In de Bhagavad Gita zegt Krishna (de goddelijke personificatie van Brahman) tegen Arjuna:
Ik ben het zelf tronend in het hart van de mensen.
Zoals het boeddhisme vertelt dat elk mens boeddha-natuur heeft, en het hindoeisme leert dat Krishna het kosmisch zelf in elk mens is, zo geldt in de gnostiek op vergelijkbare wijze dat elk mens Christus-natuur heeft. In het westen noemt men dat ook wel het Christusbewustzijn. Doel van de gnostiek is het persoonlijk bewustzijn te verbinden met het Christusbewustzijn. Dat heet in de gnostiek symbolisch: 'de vereniging in het bruidsvertrek'.
Precies zoals in het boeddhisme wordt verteld dat een mens die de boeddha-natuur in zichzelf heeft gerealiseerd, tegelijkertijd ook de innerlijke vereniging met de boeddha-natuur van de ganse werkelijkheid zal ervaren, zo leert de gnostiek dat kennis van het ware zelf tegelijkertijd ook kennis van het Al is:
Wie zichzelf kent, kent het Al.

In het Nieuwe Testament wordt verteld dat Jezus door Johannes de Doper in de Jordaan gedoopt werd. Op dat moment, zo gaat de vertelling, daalt de Heilige Geest op hem neer. De Jordaan staat hier symbool voor de stroom van het zijn die voortvloeit uit de oerbron, het levenswater. (Zie 'Scheppingsmythe' hierboven.) De historische mens Jezus wordt hier dus met zijn persoonlijke natuur symbolisch ondergedompeld in de oerstroom van het zijn, en ervaart op dat moment zijn tijdloze Christusbewustzijn. Hij is een Christus geworden en zal voortaan zijn discipelen leren hoe ook zij een Christus kunnen worden, dat wil zeggen, zich bewust worden van de Christusnatuur die reeds in hen, en in alle mensen, aanwezig is. En zijn discipelen kunnen op hun beurt die blijde boodschap weer doorvertellen aan iedereen die het horen wil, en: 'Wie oren heeft die hore.'
In oecumenische zin zijn gnostiek, boeddhisme en hindoeisme en vele andere spirituele tradites slechts variaties op hetzelfde thema. Ze kunnen elkaar aanvullen en verrijken. Alleen wie meent in het exclusieve bezit te zijn van de enige zaligmakende waarheid plaats zich buiten dat spirituele deelgenootschap.

Meer weten?

Als u meer wilt weten over gnosis en gnostiek zou u het boek Schatgraven in Nag Hammadi, Een inleiding tot de gnostiek kunnen lezen. De reacties op dat boek vind u hier.

[hr]
U kunt deze tekst downloaden als Word-document. Het staat u geheel vrij om deze tekst in cursussen te gebruiken, door te sturen aan wie u maar wilt, op uw website te plaatsen (link naar http://www.brammoerland.com/gnostiek/gnostiekP.html), of op andere wijze aan uw medemensen kenbaar te maken. Wel graag, maar niet verplicht, met bronvermelding: www.brammoerland.nl
(top)

Dit is een pagina van de website www.brammoerland.com